De voor- en nadelen van grote hoogte, volgens Karin

Tijdens een 4-daagse jeep-tour door het zuidwesten van Bolivia, van Tupiza naar Uyuni heeft Karin de voor- en nadelen van grote hoogte ondervonden. We sliepen achtereenvolgens op 4200, 4300 en 3700 meter en hebben tijdens de rit zelfs de 5000 aangetikt, wow…

Ok, daar gaan we (scroll over de foto om te zien of het een voor- of een nadeel is):

Je mag er omdat je kotsend van de hoogteziekte uit de auto hangt op cocablaadjes kouwen!

Het is er vaak fucking koud, vooral ‘s nachts, wel -15…

 

Je kunt er in alle jaargetijden met sneeuwballen gooien!

Ja kan en mag overal naar het toilet, waar je maar wil!

 Het stikt er van de lama’s.

 Je wordt lekker snel bruin, maar je verbrand dus ook heel snel.

 Het is er vaak heel mooi, soms heel, heel mooi!

 En soms zelfs heel, heel, heel mooi!

 Ze hebben er hotels van zout!

 In die hotels ligt er zout in je bed…

Ze hebben er heel veel flamego’s en soms staan die in bloedrood water.

Aldus Karin. Bedankt!

 

The ride of a lifetime

We hebben een auto gehuurd, een Volkswagen Gol, ja, zonder ‘f’. Vanuit Salta, aan de voet van de Andes, trekken we voor een 3-daagse toer de bergen in. We beginnen op 1200 meter en komen op dag 1 al meteen op het hoogstepunt, 3100 nog wat meter. Wauw, wat is het hier mooi!

De weg is het eerste stukje nog geasfalteerd, maar al snel komen we op een dirt road, die de komende dagen niet meer zal ophouden, de trilplaat is er niks bij! Even verderop al direct een landslide, dat gebeurt hier schijnbaar regelmatig. Na aardbeving twee jaar geleden lag de weg er voor meer dan een half jaar uit… Aan de file aan de andere kant te zien is de bulldozer gelukig al een tijdje aan het werk. We moeten een klein half uur wachten en dan kunnen we er hortend en stotend weer overheen.

 

 

 

 

We hebben de altiplano, de Andes-hoogvlakte, bereikt. Wat een enorme cactussen hier, echt huge. Wel uitkijken voor lama’s.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uiteindelijk komen we op dag 1 uit in Cachi, een pittoresk dorpje aan de Ruta 40, de meer dan 5000 km lange weg die van het zuiden van Argentinië, helemaal naar het noorden loopt.

 

Na een nachtje kamperen met geleende kampeerspullen van Douwe en Judith, een stel dat we min of meer van de kroeg uit Wageningen kennen en in de buurt van Salta woont, volgen we op dag 2 deze weg voor een luttele luttele 180 km oid naar Cafeyate. Daar doe je hier wel 7 uur over (incl. alle fotomomentjes, dat wel), maar harder dan 60 kan echt niet, straks rijd je nog een lama voor z’n kloten… We nemen nog wel even een detour langs de bodega Colomé. Bodega betekent letterlijk kelder of magazijn, maar is een wijnhuis. Deze bodega is bijzonder, niet alleen door het feit dat ene Donald Hess, een Zwitserse multimiljardair met een foute naam die over de hele wereld wijnhuizen heeft, de eigenaar is, maar vooral omdat zij de hoogste wijngaard ter wereld bezit. Deze wijngaard ligt op 3100 meter hoogte. Na een half uur heuveltje op, heuveltje af over de bochtige wasbord-weg komen we in de middle of nowhere ineens bij een hek. We drukken op de bel en Colomé opent langzaam zijn deuren voor ons. 

Waar we daarnet nog door een dorre, droge en verlaten wereld reden waar je af een toe eens een vervallen dorpje en een in lompe gehulde geitenherder tegenkwam, rijden we nu ineens tussen de prachtig groene wijngaarden en passeren een helikopter-platform…

We gaan het restaurant binnen en begeven ons plotseling in een wereld van rijkdom en luxe. Wat een tegenstelling… We krijgen een tour over het bedrijf en leren dat de wijngaard waarin we ons bevinden op 2700 meter ligt en dat die hoogste iets verderop is; ze er dit jaar 900 miljoen lter wijn produceren dat allemaal gebotteld en wel over de hobbelige klotewegen naar de dichtstbijzijnde stad 7 uur rijden verderop vervoerd worden; dat high-altitude wijn gezonder is dan gewone wijn; dat er een super chique hotel is waar Wim en Max ook gelogeerd hebben; en dat Donald Hess hier ook een museum heeft laten bouwen voor ene kunstenaar James Turrell.

Nadat we van de heerlijke wijnen geproefd en van een uitstekende lunch genoten hebben bezoeken we ook nog maar even het museum, als je er toch bent, waarom niet. We verwachten er niet zo veel van, want wat doet een museum op deze plek??? Hier hangt geen grote kunst. Maar potverdorie-me-nog-an-toe, staat me daar toch ff het meest fantastische museum ooit! Echt. Die James Turell is dus een soort lichtkunstenaar die met gebruik van allerlei optische illussies installaties bouwt. ‘Zie hier een muur, ja…? Raak maar aan, huh, WTF, er is geen muur…’, zoiets, anders kan ik het niet omschrijven, echt vet.

De landschappen waar we doorheen rijden zijn supermooi en veranderen continu. Zowel op dag 1, als, 2, als 3, echt wauw!Op dag 2 zijn we 26 tegenliggers tegengekomen, waarvan 1 fietser.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ja en wat doe je als je een lekke band krijgt op een gravelweg waar een enorme harde wind staat? Niks, lekker doorrijden! Dat heb je namelijk niet door… Dat die auto af en toe ineens naar links trekt heeft natuurlijk met die wind te maken, en dat onderstuur in de bochten komt door het mulle zand. Not. Pas toen de auto bij de brug met het betonnen wegdek nog steeds enorm trilde begon het ons te dagen dat we wel eens een lekke band zouden kunnen hebben. En ja, de buitenband lag er al bijna helemaal af, compleet aan gort… Niet aan te raken zo heet. De velg compleet verbogen, de binnenband tot rubberkorels gedegradeerd en van de wieldop geen spoor meer te bekennen… Oeps.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat wordt een duur grapje dachten we, balen. Eerst maar eens het reservewiel erop zetten, al een challenge op zich, maar het lukte gelukkig. Dat rijdt toch wel ff een stukje lekkerder, en het ruikt ook niet meer zo naar verbrand rubber… Achteraf is alles zo makkelijk. De volgende dag een meevaller, voor 25 E’tjes werd met een grote moker de velg recht getikt, kregen we een nieuwe tweedehands band, een nieuwe binnenband en zelfs een met tiewraps vastgemaakte zelfde kleur wieldop! Daar kom je bij ons niet mee weg.

Maar wat een mooie rit!